Donderdag 22 juli zijn we naar Erfurt gereden voor een ruime week lekker schaatsen. Ik had verwacht dat ik wel weer zou moeten wennen, maar ik reed vrijdag bij de eerste training zo weg gelukkig. Het voelde eigenlijk meteen alweer beter dan in Heerenveen. Ik heb over het algemeen de hele week wel lekker getraind, maar het ging nog wel eens wisselend. Door het gesukkel vorig jaar heb ik nog steeds mijn goeie slag niet terug, en de ene keer leek het er meer op dan de andere keer. Ik kon af en toe mijn duurwerk achter andere doen, wat altijd lekker is. Ik kon trouwens ook af en toe nog even kijken hoe het echt moest, doordat Stephanie Beckert vaak in het uur voor mij trainde. Wat schaatst die toch altijd fantastisch!
Vrijdag 30 juli reed ik een wedstrijd over 500 en 3000 meter. Ik had gewoon hard doorgetraind en verder niet ingehouden voor de wedstrijd. Ik was dus aardig vermoeid en had niet verwacht dat het goed zou gaan. De training op donderdag ging juist net slecht, dus ik zag er erg tegenop en werd al misselijk van de zenuwen wakker. Het inrijden vrijdagochtend ging gelukkig weer lekker. De 500 was niet zo’n succes. Ik had maar 1 keer gestart, en dat ging dus niet al te best. Verder was ik gewoon echt te moe. Ik heb normaal al geen hoog ritme, maar nu helemaal niet meer, dus ik reed veel te traag, en kwam op 44.88 uit. Het voelde al zo vermoeiend dat ik nog meer op ging zien tegen die 3 km. Er zat aardig wat tijd tussen en ik kon tussendoor nog terug naar ons appartement. De 3 ging verassend goed eigenlijk. Ik kon eindelijk weer eens met mijn handen op m’n rug rijden. Dat kon ik vorig jaar helemaal niet meer, en als dat niet lukt kan ik gewoon niet hard. Nu was het nog lang niet mijn goeie slag, maar dus al wel beter dan het hele vorige jaar. Ondanks m’n vermoeidheid kon ik ‘m aardig vlak houden. Ik was steeds zelf verbaasd als ik m’n volgende rondetijd weer zag dat het nog steeds goed ging. Ik kwam uit op 4.32.88. Uiteraard moet het veel harder, maar ik heb vorig jaar maar 1 keer harder gereden, en dat was op veel beter ijs. Ik was hier dus tevreden mee.
Het plan was eerst om zaterdagochtend nog even te trainen en dan naar huis. Ik was echter zo moe, en mijn hartslag was veel te hoog. Dat hebben we dus maar laten zitten, en we zijn meteen naar huis gegaan.
Ik heb dit kamp gemerkt dat ik op de goeie weg ben. Mijn slag is nog niet terug, maar ik geloof nu wel dat het weer goed gaat komen. Verder heb ik gemerkt dat het met mijn conditie zeker goed zit, en dat ik dieper kan zitten dan ik in tijden heb gedaan. Dat is allemaal fijn om te weten, en ook lekker als je weer eens af zit te zien, dat je weet dat het echt ergens voor helpt.